In de commissievergadering ruimte en wonen van woensdag 2 februari zijn de onderwerpen jongerenhuisvesting, 0-db norm, handhaving illegale kamerverhuurpanden, etc. besproken. Hierbij de woordvoering van Student en Stad.
Woordvoering:
Laat ik beginnen met de insprekers te bedanken die steeds de moeite blijven nemen om hun geluid te laten horen en hun overwegingen aan ons mee te geven. Het is erg goed om te horen dat men niet perse tegen studenten is en in sommige gevallen juist erg positief. Ik zal in mijn woordvoering aandacht besteden aan de vijf verschillende voorstellen; Bouwjong, kamerverhuurbeleid, handhaving illegale kamerverhuurpanden, 0-db norm en de brandveiligheidscheck.
BouwJong
De notitie zelf is niet veel gewijzigd sinds de vorige keer dat wij deze hebben besproken, al is een positief punt dat er nieuwe locaties bij zijn gekomen. In de vorige vergadering hadden wij het verzoek gedaan om de inzet en registratie van Meldpunt overlast uit te breiden, cq te verbeteren en betere samenwerking met de politie, helaas zien wij hier niets van terug; kan wethouder toelichting hierop geven? Nieuwe impuls leven in stad en de uitwerking van onze motie: ik heb leuk gesprek gehad met de ambtenaren op dit project, goed dat we studenten gaan inzetten met collegepraatjes, de boodschap komt dan beter aan dan tijdens een keiweek of een algemene markt, wellicht dat we hier ook de brandveiligheidscheck in onder kunnen brengen?
Kamerverhuurbeleid
Vanuit een bewonersvereniging is een opmerking gekomen dat informeren iets anders is dan participeren, wat inhoudt dat een informatie avond waar de plannen gepresenteerd worden toch iets anders is dan wanneer men echt met elkaar om tafel gaat zitten om te praten over oplossingen, wij vragen ons dan ook af hoe de wethouder dit ervaren heeft?
Er wordt voorgesteld om voor de rest van de collegeperiode de norm van 15% vast te leggen, hier kunnen wij niet mee instemmen. Ten eerste zijn wij tegen deze generieke norm omdat het niet de problemen oplost en ten tweede willen wij de mogelijkheid om tot een beleid van maatwerk te komen, niet uitsluiten en dat is wat we doen wanneer we kiezen voor het vastleggen van de norm. Opvallend is dat het college ook terug lijkt te komen op haar plannen om bezig te gaan met het ontwikkelen van maatwerk. Jammer is ook dat de mogelijkheid tot uitzonderingen ook beperkt wordt, dat wanneer bijv. een heel blok al bestaat uit kvh panden, men de laatst overgebleven woning niet kan verkopen met de mogelijkheid van een onttrekkingsvergunning.
Wij hebben het verzoek gedaan om te onderzoeken of er bij inschrijvingen in het GBA een vraag gesteld kan worden hoelang men gezocht heeft naar een passende woning, hoezo is hier nog geen duidelijkheid over? Want juist op deze manier kunnen we een actueel beeld krijgen over de markt verloopt en hoe deze de komende jaren (hopelijk) veranderd. Op welke termijn komt hier meer duidelijkheid over?
De enige mogelijkheid dat een vergunning komt te vervallen is wanneer er structurele overlast is, wij zouden graag zien dat er meer mogelijkheden zouden zijn waardoor een vergunning op een bepaald pand zou kunnen komen te vervallen. Gaat de wethouder hier nog onderzoek naar doen?
Aanpak illegale kamerverhuurpanden
Wij zijn geschrokken van de hoeveelheid illegale kamerverhuurpanden. Een klein rekensommetje laat zien dat we spreken over meer dan 6100 kamerhuurders. Handhaving betekent dat we binnen de komende vier jaar voor meer dan 3300 personen een nieuwe plek moeten vinden. De 4500 te bouwen eenheden (waarvan de oplevering pas in 2014) zijn niet bedoeld voor deze personen, maar om de groei op te vangen. Hoe kan de wethouder dan blijven beweren dat er geen problemen zijn ten aanzien van de vraag naar kamers? U zegt dat deels het probleem opgelost kan worden door natuurlijk verloop, maar dat is wel heel makkelijk gesteld, u gaat niet over het feit hoelang iemand besluit te blijven wonen in een kamer of niet.
Natuurlijk moeten illegale situaties gehandhaafd worden, maar dat kan in onze ogen in dit geval alleen wanneer er een goed alternatief is en dat ontbreekt op dit moment. Wij hebben eerder al aangegeven dat voor ons conflictpreventie het uitgangspunt moet zijn, dus eerst kijken naar en bezig gaan met de overlast veroorzakende panden.
0-db norm
Wij zijn niet verbaasd dat de 0-db norm niet uitvoerbaar blijkt, nou ja niet uitvoerbaar, meer onwenselijk bezien vanuit de kosten-baten verhouding. Het gaat namelijk niet alleen om de grote kamerverhuurders, maar ook om de vader die voor zijn dochters en haar vriendinnen een huis heeft gekocht in de prijscategorie van rond de 150.000 en die dan een aanpassing zou moeten doen van 1/3 van de waarde van het huis (tussen de 30.000 en 50.000 euro). Voorgesteld wordt om dan maar geluidsreducerende maatregelen in te voeren: wellicht dat de voetstappen niet meer hoorbaar zullen zijn, muziek en stemmen en ander luchtgeluid zullen nog steeds bij de bewoners eronder/erboven/ernaast te horen zijn. Ook moet men de angst hebben dat wanneer deze reducerende maatregelen worden ingevoerd dat men hun gedrag aanpast met het idee dat het huis toch wel ge-isoleerd is. Is er nu een betere oplossing? Vasthouden aan de 0-db norm is in onze ogen niet aanvaardbaar, versoepelen naar de geluidsreducerende maatregelen lijkt het beste alternatief, maar dit neemt niet weg dat de overlast die ervaren wordt en waarvoor de regels worden ingesteld hiermee verdwijnt. Andere maatregelen zullen noodzakelijk blijven.
Als laatste over dit onderwerp willen wij opmerken dat de mythe van het feit dat studenten geen overlast kunnen ervaren, van tafel gaat. Je kan niet iedere student over een kam scheren. Wij zouden dan ook willen zien dat in de beleidsregels de zinsnede ‘verder worden studentenpanden die grenzen aan studentenpanden uitgezonderd va de maatregelen. Aangezien deze panden door bewoners worden bewoond met dezelfde woon- en leefcultuur kan toepassing van de geluidsnorm hier achterwege blijven.', uit het stuk verdwijnt.
Brandveiligheidscheck
Ook al staan we niet helemaal achter een aantal constateringen die in het stuk worden gedaan, toch zijn we erg te spreken over de uitwerking van onze motie en dat ook het college het belang inziet van dergelijke checks. We kijken uit naar de voorstellen die onze kant opkomen in de Voorjaarsbrief en zullen dan hier verder op ingaan.
Concluderend:
We kunnen het verhaal samenvatten in drie woorden: het moet namelijk: eerder, sneller en meer. De vraag naar goede woningen/kamers is er nog steeds. Daarnaast creeeren wij nog meer vraag door de illegale panden te gaan handhaven. De nota zelf stelt dat er ook nog een kwalitatieve vraag is. Dit betekent dat er ontzettend veel eenheden nodig zijn. De eenheden die gepland staan om gebouwd te worden zijn er om de verwachte groei op te vangen. De eenheden staan ook gepland om pas in 2014 klaar te zijn.
Dit zijn feiten. Deze feiten roepen veel vragen op. Wat gaan we in de tussentijd doen? Voor de nieuwkomers, voor de mensen die uit hun huis moeten, voor de buurtbewoners die naast een kamerverhuurpand wonen, enz. Als er niet voldoende kwalitatief goed aanbod is, dan wordt ook niemand verleid om zijn studentenkamertje te verlaten.
Er wordt steeds gesteld dat het niet eerder kan, onzin! Kan niet ligt op een bank op een studentenkamer en wil niet ligt er op de grond naast. Zodra wij gronden hebben die in ons eigendom zijn en door middel van een tijdelijke vergunning kan het bestemmingsplan technisch worden geregeld, dan zou men binnen een paar maanden een heel mooi containerdorp neer kunnen zetten. Het is een kwestie van willen. En zo is het ook met het beleid; als we willen kunnen we tot maatwerk komen, makkelijk zal het niet zijn, maar onmogelijk is het niet.
De weblog van Rebecca Krüders, fractievoorzitter en raadslid van Student en Stad. Student en Stad heeft een zetel in de Groningse gemeenteraad en is jouw stem in deze gemeenteraad.
Zoeken in deze blog
Posts tonen met het label studenten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label studenten. Alle posts tonen
donderdag 3 februari 2011
vrijdag 27 augustus 2010
Welkom nieuwe Stadjers!
De Keiweek is voorbij, ruim 4300 nieuwe studenten maakten afgelopen week kennis met Groningen. Een week lang konden zij op allerlei evenementen proeven hoe het is om student te zijn en werden zij bewust gemaakt van allerlei zaken waar je als student mee te maken kunt krijgen; studie, drugs, alcohol, diefstal en nabuurschap. Opvallend aan deze Keiweek was dat er nagenoeg geen overlastklachten zijn binnengekomen en dat naast de organisatie ook brandweer, politie en de gemeente erg tevreden zijn over het verloop van deze introductieweek voor de nieuwe inwoners van onze stad.
Maar toch is niet iedereen blij met studenten, bijvoorbeeld de heer Eikenaar, fractievoorzitter van de Socialistische Partij, verteld ons in zijn weblog (18 augustus 2010) dat we maar eens moeten praten over een studentenstop. Hij voert hier een tweetal gronden voor aan; disbalans in de wijken en de arbeidsmarkt. Nadat ik weer was bijgekomen van de keiweek heb ik twee artikelen in de krant (Dagblad van het Noorden) naast elkaar gelegd. Namelijk het achtergrondartikel van de heer Jouke van Dijk, econoom bij de Rijksuniversiteit Groningen (DvhN 14 augustus 2010) en een artikel over de weblog van de heer Eelco Eikenaar (DvhN 21 augustus 2010). Terwijl Van Dijk pleit voor meer studenten in de stad want dat is goed voor de Groningse economie, vind Eikenaar dat studenten baantjes voor bijstandsgerechtigden inpikken, waarbij hij frases gebruikt als; ‘De stad heeft een grote studentenpopulatie waarmee automatisch een groter aantal bijstandsgerechtigden gepaard gaat’. Nogal vergezocht en een rare redenatie in mijn ogen.
Studenten leveren geld op, zo’n 36.000 euro per student en studenten geven ook (veel) geld uit in de stad. Daarnaast hebben zij niet alleen baantjes, zij zorgen ook dat er veel werk is. Al bijna 400 jaar bestaat er een universiteit die veel werknemers heeft (en niet alleen maar hoogleraren, docenten en onderzoekers, maar ook portiers, schoonmakers, kantinepersoneel, ambtenaren, enz.), maar ook onder meer een Hanze Hogeschool, een UMCG en het Martiniziekenhuis zijn grote werkgevers binnen de stad. Ook zorgt de aanwezigheid van studenten voor het feit dat er vele voorzieningen overal in de stad te vinden zijn, van kroegen en cafetaria’s tot buurtsupers en kappers.
Ik zou mijn kop in het zand steken als ik niet zou erkennen dat er ook studenten zijn die hun mooiste serenades in de nachtelijke uren met ons delen en dat huisvesting in Groningen voor jongeren onder de maat is. ‘Er is niets mis met studenten (…) maar met teveel studenten wel’, want dat zorgt voor overlast, aldus Eikenaar. Naar mijn mening een nogal een gegeneraliseerde opmerking. Sinds de dag dat wij in de raad zitten (1994) zijn wij de discussie aangegaan over het onderwerp jongerenhuisvesting en hebben wij gepleit voor de bouw van meer en betere jongerenhuisvesting. Wat heeft de raad gedaan: jarenlange discussies gevoerd over percentages. Percentages studentenbewoning in een straat, percentages voor de hoeveelheid (contact-)geluid, etc. En ondertussen verplaatsten de studenten zich van de ene naar de andere wijk zonder dat er extra huizen bijkwamen. Is het niet zo dat we als raad veel te laat concrete plannen zijn gaan maken? Ik ben het met Eikenaar eens dat wat we gaan bouwen niet voldoende is. Daar is de raad het ook eens mee, anders was onze motie over het vervolg van planvorming in de periode 2014-2018 ook niet door de raad aangenomen (nu moet het college nog actie gaan ondernemen en zie ook mijn vorige weblog). Maar moeten we de ‘overlast’ die ervaren wordt in de stad dan niet verwijten aan onszelf, als raad, in plaats het af schuiven op de groep ‘student’?
Laten we inderdaad onze kop niet in het zand steken en onze ogen niet sluiten voor de effecten wat jongeren betekenen voor een (jonge) stad, maar laten we erkennen wat de effecten zijn; zowel de positieve en negatieve effecten. Jongeren zijn economisch goed voor de stad en Groningen is geen Assen en behoeft dus een eigen en andere aanpak. Dus partijen in de raad open de ogen, analyseer de getallen en stel een stevige en realistische aanpak op in plaats alleen maar symboolpolitiek te voeren en bij te dragen aan het stigmatiseren van groepen. Want dan kan iedereen zich welkom voelen in onze mooie stad!
Maar toch is niet iedereen blij met studenten, bijvoorbeeld de heer Eikenaar, fractievoorzitter van de Socialistische Partij, verteld ons in zijn weblog (18 augustus 2010) dat we maar eens moeten praten over een studentenstop. Hij voert hier een tweetal gronden voor aan; disbalans in de wijken en de arbeidsmarkt. Nadat ik weer was bijgekomen van de keiweek heb ik twee artikelen in de krant (Dagblad van het Noorden) naast elkaar gelegd. Namelijk het achtergrondartikel van de heer Jouke van Dijk, econoom bij de Rijksuniversiteit Groningen (DvhN 14 augustus 2010) en een artikel over de weblog van de heer Eelco Eikenaar (DvhN 21 augustus 2010). Terwijl Van Dijk pleit voor meer studenten in de stad want dat is goed voor de Groningse economie, vind Eikenaar dat studenten baantjes voor bijstandsgerechtigden inpikken, waarbij hij frases gebruikt als; ‘De stad heeft een grote studentenpopulatie waarmee automatisch een groter aantal bijstandsgerechtigden gepaard gaat’. Nogal vergezocht en een rare redenatie in mijn ogen.
Studenten leveren geld op, zo’n 36.000 euro per student en studenten geven ook (veel) geld uit in de stad. Daarnaast hebben zij niet alleen baantjes, zij zorgen ook dat er veel werk is. Al bijna 400 jaar bestaat er een universiteit die veel werknemers heeft (en niet alleen maar hoogleraren, docenten en onderzoekers, maar ook portiers, schoonmakers, kantinepersoneel, ambtenaren, enz.), maar ook onder meer een Hanze Hogeschool, een UMCG en het Martiniziekenhuis zijn grote werkgevers binnen de stad. Ook zorgt de aanwezigheid van studenten voor het feit dat er vele voorzieningen overal in de stad te vinden zijn, van kroegen en cafetaria’s tot buurtsupers en kappers.
Ik zou mijn kop in het zand steken als ik niet zou erkennen dat er ook studenten zijn die hun mooiste serenades in de nachtelijke uren met ons delen en dat huisvesting in Groningen voor jongeren onder de maat is. ‘Er is niets mis met studenten (…) maar met teveel studenten wel’, want dat zorgt voor overlast, aldus Eikenaar. Naar mijn mening een nogal een gegeneraliseerde opmerking. Sinds de dag dat wij in de raad zitten (1994) zijn wij de discussie aangegaan over het onderwerp jongerenhuisvesting en hebben wij gepleit voor de bouw van meer en betere jongerenhuisvesting. Wat heeft de raad gedaan: jarenlange discussies gevoerd over percentages. Percentages studentenbewoning in een straat, percentages voor de hoeveelheid (contact-)geluid, etc. En ondertussen verplaatsten de studenten zich van de ene naar de andere wijk zonder dat er extra huizen bijkwamen. Is het niet zo dat we als raad veel te laat concrete plannen zijn gaan maken? Ik ben het met Eikenaar eens dat wat we gaan bouwen niet voldoende is. Daar is de raad het ook eens mee, anders was onze motie over het vervolg van planvorming in de periode 2014-2018 ook niet door de raad aangenomen (nu moet het college nog actie gaan ondernemen en zie ook mijn vorige weblog). Maar moeten we de ‘overlast’ die ervaren wordt in de stad dan niet verwijten aan onszelf, als raad, in plaats het af schuiven op de groep ‘student’?
Laten we inderdaad onze kop niet in het zand steken en onze ogen niet sluiten voor de effecten wat jongeren betekenen voor een (jonge) stad, maar laten we erkennen wat de effecten zijn; zowel de positieve en negatieve effecten. Jongeren zijn economisch goed voor de stad en Groningen is geen Assen en behoeft dus een eigen en andere aanpak. Dus partijen in de raad open de ogen, analyseer de getallen en stel een stevige en realistische aanpak op in plaats alleen maar symboolpolitiek te voeren en bij te dragen aan het stigmatiseren van groepen. Want dan kan iedereen zich welkom voelen in onze mooie stad!
Labels:
arbeidsmarkt,
huisvesting,
jongeren,
studenten,
studentenstop SP
maandag 21 juni 2010
Huisje, boompje, beestje?
Groningen haalt landelijk nieuws met het onderwerp studentenhuisvesting. Op zaterdag 19 juni 2010 besteed de NOS een item aan dit onderwerp. In deze weblog een verbaasde reactie van raadslid van Student en Stad.
Zaterdagavond zat ik rustig op de bank toen ik op twitter een berichtje van de NOS zag over studentenhuisvesting in Groningen. Om 22.30 uur toch maar even het nieuws opgezet, want ik ben wel benieuwd wat er gebeurd is. Eerst wat nieuws over oranje en dan als tweede (!) item het huisvestingsgebeuren.
Ik ben verbaasd. Niet alleen over het feit dat dit het 2e item op het NOS-journaal is, maar ook omdat er niets nieuws wordt gemeld (gelukkig aan de ene kant, ik ben nog steeds helemaal up to date). De ‘problematiek’ waar over gesproken wordt is niet onbekend in Groningen. Een paar keer week staat er wel wat over studenten/jongerenhuisvesting in het Dagblad en ook wordt er vaak gesproken over dit onderwerp binnen de raad.
Op dat moment dacht ik, bijzonder dat het op een zaterdagavond zonder ‘speciale’ aanleiding op het landelijke nieuws komt. Ik had het me kunnen voorstellen wanneer de aanleiding was geweest een (van de vier) van de discussieavonden die over de plannen ‘Bouw Jong’ en de voorgenomen projecten voor jongerenhuisvesting, was ge-escaleerd (wat niet zo is, ze zijn namelijk bijzonder informatief geweest), maar zoiets dergelijks was niet de aanleiding.
Ik besloot zaterdag het erbij te laten (ondanks wat krabbeltjes en smsjes van vrienden hierover met de vraag: wat gebeurd daar in Groningen), omdat ik niets nieuws hoorde. Totdat ik vandaag de Groninger Internet Courant las en gebeld werd door NRC next. Ik denk dat er wel wat rechtgezet moet worden naar aanleiding van het bericht van de NOS.
Jongerenhuisvesting is namelijk niet nieuw, maar een langlopend dossier in Groningen. Groningen neemt ten opzichte van andere steden een bijzondere positie omdat studenten hier niet op een campus ergens buiten de stad worden neergezet, maar juist met de andere inwoners – de stadjers – samen in deze stad wonen. En dat maakt Groningen bijzonder.
Het is een feit dat de laatste jaren er veel meer jongeren naar de stad zijn gekomen in vergelijking met bijvoorbeeld 20 tot 30 jaar geleden en dat er niet voldoende (kwalitatief goede) woningen zijn bijgebouwd en de 15%-norm zijn ook ongunstige gevolgen kan hebben en dat er nu meer studenten gaan wonen in de schil- en buitenwijken en dat de verhouding student&stadjer is verhard. En zo zijn er nog vele feiten die genoemd kunnen worden, maar het is allemaal niet nieuw.
Er zijn twee voorwaarden die ervoor kunnen zorgen dat de ‘problematiek’ wordt opgelost: er moeten voldoende kwalitatief goede woningen komen en de verhouding tussen studenten&stadjers moeten worden verbeterd.
We gaan de komende jaren bouwen, en veel. In totaal moeten er 5600 eenheden voor jongeren komen (project ‘Bouw Jong’) en dat moet gebeuren in samenspraak met de stad. De eerste bijeenkomsten met Stadjers zijn geweest en nu zullen de plannen geconcretiseerd gaan worden. Maar dit is nog niet genoeg; voordat de eerste (permanente) huizen er staan, zijn we ook een paar jaar verder. Tot die tijd zal er de druk op de wijken hoog zijn. In januari hebben wij een motie ingediend (en is aangenomen) om te gaan inventariseren en projecten te ontwikkelen voor de periode 2014-2018, want dat is nodig omdat bovenstaand project niet voldoende huisvesting oplevert. Niet alleen jongerenhuisvesting is nodig, maar ook starterswoningen en gezinswoningen, zodat de doorstroom op gang kan komen en studentenkamers vrijkomen voor een nieuwe lichting studenten.
De tweede voorwaarde is de verhouding studenten&stadjers verbeteren. Omdat het bouwen van woningen niet over een nacht ijs gaat en de druk op de wijken dus hoog zal blijven, moeten we aan de slag met het verbeteren van de relaties binnen de stad. Niet elke student is een hard drinkende, zwaar brallende, chaosveroorzakende, nooit slapende en a-sociale persoon (gelukkig niet, maar er zijn natuurlijk rotte appels); maar dit is wel het beeld dat leeft in de media. En niet elke stadjer is een snel op zijn tenen getrapte, kan niets hebbende en snel geïrriteerde persoon (ook gelukkig niet, al zijn deze er ook); maar vaak gewoon benaderbaar. En dat geldt voor studenten niet anders.
Het gesprek moet op gang gebracht worden, het lijkt in de media wel alsof deze twee groepen wereldvreemd van elkaar zijn geworden, terwijl voorheen deze twee in harmonie leefden. Dus aan studenten: drink eens een kopje koffie met je buren en stel je netjes voor. Aan de buren: durf aan te bellen en te vertellen dat je de buurvrouw/man bent. Een gesprek is een dialoog en veronderstelt dus tweerichtingsverkeer, beide partijen moeten elkaar durven aan te spreken en op elkaars verantwoordelijkheden durven te wijzen (dus afspraken maken over onderhoud, geluid, enz.). Na een eerste kennismaking is het ook makkelijker om elkaar aan te spreken. Ook de gemeente en RUG en Hanze hebben een rol in de bewustmaking van hun nieuwe studenten.
In het najaar staat jongerenhuisvesting weer op de agenda van de raad, dan gaan we praten over de 15%-norm (vergunningsverplichting voor huizen met meer dan 3 studenten) per straat, de 0-DB norm, de plannen voor de grootschalige nieuwbouw, de geluiden uit de wijk en alles wat er verder nog mee te maken heeft. Ik was en ben verbaasd over het item van de NOS, vraag me nog steeds af waarom het nu uit de lucht is komen vallen en het interessant is geworden om als landelijk nieuws tentoongespreid te worden, vooral zo net voor het nieuwe studiejaar. Wij zijn er in ieder geval nauwlettend mee bezig en houden de vinger aan de pols.
Maar laten we niet vergeten dat Groningen een stad is voor Stadjers én Studenten.
Rebecca
Zaterdagavond zat ik rustig op de bank toen ik op twitter een berichtje van de NOS zag over studentenhuisvesting in Groningen. Om 22.30 uur toch maar even het nieuws opgezet, want ik ben wel benieuwd wat er gebeurd is. Eerst wat nieuws over oranje en dan als tweede (!) item het huisvestingsgebeuren.
Ik ben verbaasd. Niet alleen over het feit dat dit het 2e item op het NOS-journaal is, maar ook omdat er niets nieuws wordt gemeld (gelukkig aan de ene kant, ik ben nog steeds helemaal up to date). De ‘problematiek’ waar over gesproken wordt is niet onbekend in Groningen. Een paar keer week staat er wel wat over studenten/jongerenhuisvesting in het Dagblad en ook wordt er vaak gesproken over dit onderwerp binnen de raad.
Op dat moment dacht ik, bijzonder dat het op een zaterdagavond zonder ‘speciale’ aanleiding op het landelijke nieuws komt. Ik had het me kunnen voorstellen wanneer de aanleiding was geweest een (van de vier) van de discussieavonden die over de plannen ‘Bouw Jong’ en de voorgenomen projecten voor jongerenhuisvesting, was ge-escaleerd (wat niet zo is, ze zijn namelijk bijzonder informatief geweest), maar zoiets dergelijks was niet de aanleiding.
Ik besloot zaterdag het erbij te laten (ondanks wat krabbeltjes en smsjes van vrienden hierover met de vraag: wat gebeurd daar in Groningen), omdat ik niets nieuws hoorde. Totdat ik vandaag de Groninger Internet Courant las en gebeld werd door NRC next. Ik denk dat er wel wat rechtgezet moet worden naar aanleiding van het bericht van de NOS.
Jongerenhuisvesting is namelijk niet nieuw, maar een langlopend dossier in Groningen. Groningen neemt ten opzichte van andere steden een bijzondere positie omdat studenten hier niet op een campus ergens buiten de stad worden neergezet, maar juist met de andere inwoners – de stadjers – samen in deze stad wonen. En dat maakt Groningen bijzonder.
Het is een feit dat de laatste jaren er veel meer jongeren naar de stad zijn gekomen in vergelijking met bijvoorbeeld 20 tot 30 jaar geleden en dat er niet voldoende (kwalitatief goede) woningen zijn bijgebouwd en de 15%-norm zijn ook ongunstige gevolgen kan hebben en dat er nu meer studenten gaan wonen in de schil- en buitenwijken en dat de verhouding student&stadjer is verhard. En zo zijn er nog vele feiten die genoemd kunnen worden, maar het is allemaal niet nieuw.
Er zijn twee voorwaarden die ervoor kunnen zorgen dat de ‘problematiek’ wordt opgelost: er moeten voldoende kwalitatief goede woningen komen en de verhouding tussen studenten&stadjers moeten worden verbeterd.
We gaan de komende jaren bouwen, en veel. In totaal moeten er 5600 eenheden voor jongeren komen (project ‘Bouw Jong’) en dat moet gebeuren in samenspraak met de stad. De eerste bijeenkomsten met Stadjers zijn geweest en nu zullen de plannen geconcretiseerd gaan worden. Maar dit is nog niet genoeg; voordat de eerste (permanente) huizen er staan, zijn we ook een paar jaar verder. Tot die tijd zal er de druk op de wijken hoog zijn. In januari hebben wij een motie ingediend (en is aangenomen) om te gaan inventariseren en projecten te ontwikkelen voor de periode 2014-2018, want dat is nodig omdat bovenstaand project niet voldoende huisvesting oplevert. Niet alleen jongerenhuisvesting is nodig, maar ook starterswoningen en gezinswoningen, zodat de doorstroom op gang kan komen en studentenkamers vrijkomen voor een nieuwe lichting studenten.
De tweede voorwaarde is de verhouding studenten&stadjers verbeteren. Omdat het bouwen van woningen niet over een nacht ijs gaat en de druk op de wijken dus hoog zal blijven, moeten we aan de slag met het verbeteren van de relaties binnen de stad. Niet elke student is een hard drinkende, zwaar brallende, chaosveroorzakende, nooit slapende en a-sociale persoon (gelukkig niet, maar er zijn natuurlijk rotte appels); maar dit is wel het beeld dat leeft in de media. En niet elke stadjer is een snel op zijn tenen getrapte, kan niets hebbende en snel geïrriteerde persoon (ook gelukkig niet, al zijn deze er ook); maar vaak gewoon benaderbaar. En dat geldt voor studenten niet anders.
Het gesprek moet op gang gebracht worden, het lijkt in de media wel alsof deze twee groepen wereldvreemd van elkaar zijn geworden, terwijl voorheen deze twee in harmonie leefden. Dus aan studenten: drink eens een kopje koffie met je buren en stel je netjes voor. Aan de buren: durf aan te bellen en te vertellen dat je de buurvrouw/man bent. Een gesprek is een dialoog en veronderstelt dus tweerichtingsverkeer, beide partijen moeten elkaar durven aan te spreken en op elkaars verantwoordelijkheden durven te wijzen (dus afspraken maken over onderhoud, geluid, enz.). Na een eerste kennismaking is het ook makkelijker om elkaar aan te spreken. Ook de gemeente en RUG en Hanze hebben een rol in de bewustmaking van hun nieuwe studenten.
In het najaar staat jongerenhuisvesting weer op de agenda van de raad, dan gaan we praten over de 15%-norm (vergunningsverplichting voor huizen met meer dan 3 studenten) per straat, de 0-DB norm, de plannen voor de grootschalige nieuwbouw, de geluiden uit de wijk en alles wat er verder nog mee te maken heeft. Ik was en ben verbaasd over het item van de NOS, vraag me nog steeds af waarom het nu uit de lucht is komen vallen en het interessant is geworden om als landelijk nieuws tentoongespreid te worden, vooral zo net voor het nieuwe studiejaar. Wij zijn er in ieder geval nauwlettend mee bezig en houden de vinger aan de pols.
Maar laten we niet vergeten dat Groningen een stad is voor Stadjers én Studenten.
Rebecca
Labels:
buren,
groningen,
nieuws,
nos,
student en stad,
studenten,
Studentenhuisvesting,
studentenstop
dinsdag 9 februari 2010
Studentenbetrokkenheid
Gister vond het eerste studentendebat plaats. Het debat was georganiseerd door de SOG en g.d.s. Kalliope. De partijen VVD, CDA, Groenlinks, D66, PvdA en Student&Stad hadden studenten aangeleverd voor het debat.
Opkomst was erg goed. Vooral als je beseft dat een paar panden verder personen als
Ronald Plasterk, Wouter Bos, Sharon Dijksma en Mariette Hamer voor een campagnebijeenkomst aanwezig waren in de stad. De bovenzaal van Huis de Beurs was, op enkele stoel na, gevuld met studenten. Ik was aangenaam verrast, dat was waar ik op gehoopt had. Gemeenteraadspolitiek leeft onder studenten, maar we zijn er nog niet. Succes voor de partijen die ooit gezegd hebben dat studenten niet om de stad geven, als gisteravond een voorbode was voor 3 maart dan komt het met de opkomst van studenten wel goed. Dat betekent niet dat we nu kunnen achterover leunen. En dat doen we ook niet. De komende weken zullen we er zijn! Ik heb er zin in!
Opkomst was erg goed. Vooral als je beseft dat een paar panden verder personen als
Ronald Plasterk, Wouter Bos, Sharon Dijksma en Mariette Hamer voor een campagnebijeenkomst aanwezig waren in de stad. De bovenzaal van Huis de Beurs was, op enkele stoel na, gevuld met studenten. Ik was aangenaam verrast, dat was waar ik op gehoopt had. Gemeenteraadspolitiek leeft onder studenten, maar we zijn er nog niet. Succes voor de partijen die ooit gezegd hebben dat studenten niet om de stad geven, als gisteravond een voorbode was voor 3 maart dan komt het met de opkomst van studenten wel goed. Dat betekent niet dat we nu kunnen achterover leunen. En dat doen we ook niet. De komende weken zullen we er zijn! Ik heb er zin in!
Abonneren op:
Posts (Atom)